Titanen
Bikkels, waren ze - maar aardige bikkels.
Ze bezorgden veel buurtbewoners toch maar een goed humeur. En dat op een donkere donderdagavond. Een natte donderdagavond. En een stormachtige en koude donderdagavond. Maar ze gaven geen krimp, deze stoere jongens en meiden, met hun coole lampions.
Alsof het zonnetje scheen tijdens een zwoele zomeravond zongen ze vol overtuiging over 11 november en het lichtje dat schijnen mag. Dat ze extra hard moesten zingen om boven het lawaai van de wind en de regen uit te komen, leek hen niet te deren. Nee hoor, ze zongen alleen nog maar met meer overgave.
Sint Maarten heeft me nooit veel gedaan. Ik kende hem alleen maar van zijn paard, zijn cape en de zwerver die hij een stukje ervan gaf tegen de kou. Ieder jaar speelde zich bij de Martinuskerk in Eindhoven weer ditzelfde toneelstukje af, begeleid door vlaggenzwaaiers van het plaatselijke gilde.
Waarschijnlijk zal dit ook wel steeds rond 11 november hebben plaatsgevonden. Maar daar bleef het bij. Geen kinderen zingend langs de deuren. Misschien hadden ze niet in de gaten dat die Martinus dezelfde was als Sint Maarten. Of misschien vonden ze zingen tijdens Driekoningen wel genoeg. Want op 6 januari gingen de kinderen in Eindhoven zingend langs de deuren.
Ten minste, dat schenen ze te doen.
Ik heb ze maar één keer gezien.
Blijkbaar was ik meestal niet thuis op het tijdstip dat ze langs kwamen.
Of waren de kinderen zelf al lang thuis, en hadden ze het na één rondje opgegeven.
Nee, dan de kinderen hier.
Opgeven staat niet hun woordenboek. En afgaande op hun vastberadenheid, zal dat er ook niet in komen. Ervan uitgaande dat mensen die nu in Lombok wonen hier altijd blijven wonen, zit het dus wel goed met de toekomst hier. Dit besef maakte het donderdag extra mooi om die enthousiaste jongens en meisjes te zien die met veel passie hun liedje zongen en dankbaar de snoep in ontvangst namen.
En daar gingen ze weer.
Ze waren nog niet weg of er belde weer een ander groepje jeugdige zangers aan. En daar in de verte hoorde ik weer andere stemmen. Ze waren er allemaal, volgens mij. En ze hadden zich duidelijk voorbereid voor deze dag.
Ik niet.
Ik had geen snoep in huis. Nog wel een paar witte Oreo’s, maar ik wilde nog wel een paar van dat lekkers overlaten voor onszelf. Dus na de tweede groep vertrok ik snel naar de MCD. Ik was net de deur uit of ik kwam het derde groepje tegen, maar wist zeker dat die nog wel een keer zouden langskomen. Ondertussen was het nog heviger gaan stormen. Ik kwam nauwelijks vooruit. Maar de kinderen leek het niets uit te maken. Op het Bankaplein was het zelfs erg druk met groepen zingende kinderen. Ze kruisten elkaar met een lach, en zongen verder. Ze werden achternagezeten door een of twee ouders. Altijd handig natuurlijk om de snoep vast te houden, of om een kind bij de enkels te pakken als deze dreigde weg te waaien.
Eenmaal bij MCD werd het weer helemaal onstuimig. Maar ik hoorde nog steeds zangstemmetjes. Toen ik de snoepzakjes moest afrekenen, was echter de stilte ingetreden.
En het bleef rustig, die hele avond. De snoep moet ik bewaren tot volgend jaar.
Hadden de kinderen dan toch verloren van de elementen?
Ik kan het niet geloven.
Waarschijnlijk wilden ze de bewoners een hoop leed besparen. Want stel je voor dat de opengaande deur ineens wegwaait. Of het halletje volloopt met regenwater. En het is natuurlijk ook wel goed dat ze met dit noodweer stoppen met zingen. Want om boven dit stormlawaai uit te komen, hadden ze hun stembanden moeten forceren. Met alle gevolgen vandien.
Bikkels waren ze maar verstandige bikkels.
Joost|15-11-10 | omhoog
|
|